Maarten, de nieuwe MD van delaware: “Ik ga geen gekke dingen doen”

12 01 2026

Maarten Cordenier (48) arriveerde om vijf uur bij de partner offsite. Zijn collega's hadden al besloten: jij wordt de nieuwe managing director. Een promotie? Niet echt. Per 1 januari schuift hij gewoon een extra pet op.

Managing director. Dat is een nieuwe functie voor je!

“Bij delaware is MD een tour of duty: je bent het vijf jaar, daarna gaat het naar een ander. Ik neem 'm over van Wim, maar hij blijft partner. Bij delaware mag je tot je 56e partner zijn, en daarna nog 4 keer met 1 jaar verlengen. Ik ben de oudste van de vier, dus was het logisch dat ik het werd. Het is dus niet zozeer een promotie, maar we schuiven gewoon.”

Jij begon in 2011 als consultant. Nu word je MD. Dat is een flinke groei die je hebt doorgemaakt. Hoe heeft delaware je daarin geholpen?

“Ik heb altijd een vrije rol gehad en de ruimte gevoeld om te doen wat me goed leek. Ik heb veel masterclasses en trainingen in food gegeven, zowel lokaal als internationaal. Maar ook projecten bij klanten gedraaid, en internationale leadershiptrainingen gevolgd. Een rol als MD of partner was nooit mijn doel. Ik vond het belangrijker om met mensen samen te werken, mee te bouwen aan het bedrijf in Nederland, en mijn rol als foodexpert in binnen- en buitenland op te pakken.”

In 2023 ben je partner geworden, nadat je eerst de boot af had gehouden omdat je jonge kinderen had. Wat is er in je werk veranderd?

“Ha, ik moest me ineens verdiepen in bedrijfscijfers. Als consultant was ik vooral bezig met projecten en klanten binnenhalen. Als senior manager wist ik ook hoe onze afdeling er financieel voor stond. Maar mede-eindverantwoordelijkheid over een P&L? Dat was nieuw.”

Hoe heb je dat geleerd?

“Ik dook in de cijfers en vogelde het voor mezelf uit. Dat ging met vallen en opstaan, dus ik heb ook veel gehad aan andere partners. De ene is handiger in systemen, en vindt van allerlei informatie. Dus vroeg ik: ‘hoe ben jij aan dit getal gekomen en hoe heb je dit beredeneerd?’ zodat ik dat daarna zelf kon doen. Of ik ging langs bij de financiële administratie. Dat elkaar helpen zit in onze cultuur: je kunt bij iedereen binnenlopen.

Een ander verschil met mijn werk als consultant is dat ik in de presales vaak een mooie toekomst voor de klant schetste. Nu zit ik bij gesprekken waar hardere noten gekraakt moeten worden. Daar kom je niet uit met een lieve glimlach of een goed verhaal.”

Hoe ga je daarmee om?

“Ik ben van mezelf best direct. Dat werkt in zakelijke gesprekken. Mijn tactiek is om te refereren naar de uitgangspunten die we zijn overeengekomen. Je kunt ze zien als een soort betonblokken. Als een klant toch iets anders wil, zeg ik: ‘we spraken af dat deze vier punten het uitgangspunt waren. Jij zegt nu iets anders. Houdt dat in dat punt twee moet vervallen?’ Iemand gaf me laatst de feedback dat ik zo heel goed kan sturen zonder hard een punt te claimen.”

En bij persoonlijke gesprekken?

“Die vind ik lastig. Vooral als we afscheid moeten nemen van medewerkers. Dan weet je dat een ontslag gevolgen heeft voor de privésituatie. Ik heb het tot nu toe één keer afscheid moeten nemen van iemand. En die eerste keer is ook de lastigste. Het roept de vraag op: hoe moeten we ons aannamebeleid veranderen? Hoe kunnen we beter opvolgen in de performance van mensen, zodat we niet in die moeilijke situatie terechtkomen.”

Heb je de afgelopen jaren als partner ooit gedacht: waar ben ik aan begonnen?

“Ja. Zeker als ik dingen moest afgeven die ik leuk vind. De afgelopen jaren heb ik oneindig veel fabrieken van binnen gezien tijdens presale cycles. Bij Concorp zie je autodrop van de band rollen. Bij McCain ruik je de frietjes. Ik haalde energie uit die bezoeken. Nu zijn er cases waar ik alleen bij de eindpresentatie aanschuif. Het bedrijfsbezoek doen anderen. Dat vind ik jammer.”

Zijn er ook echt zware periodes geweest?

“Nee. Natuurlijk zijn er minder leuke periodes. Weken waarin het ene negatieve nieuws op het andere volgt. Maandag hoor je dat je een deal niet hebt gewonnen. Dinsdag vertrekt je beste consultant. Woensdag heb je een ontevreden klant aan de lijn. Als partner krijg je het vanuit de gehele organisatie mee.”

Wat doe je dan?

"Meestal ga ik hardlopen: twee keer per week ren ik 8 kilometer. Dan krijg ik mijn hoofd leeg. Of vol, aan gedachtes die er moeten zijn. En ik houd me altijd voor: this too shall pass.”

Je bent als MD straks vaker weg van huis. Hoe is dat voor het thuisfront?"

“Mijn kinderen van 11 en 13 jaar vinden dat niet altijd fijn. Nu ik MD word, ben ik ongeveer twee keer per maand in het buitenland. Soms is dat meer, soms minder. Vorige maand zat ik een paar dagen in Namen, een week in Italië, en was ik twee dagen in Canada.

Ik worstel weleens met de werk-privébalans. Net als anderen die veel reizen, vraag ik me soms af of deze keuze de juiste is. En ik denk dat ik pas over tien jaar het antwoord heb. Ik probeer nu veel quality time te hebben met mijn kinderen: meegaan naar het voetballen of aanwezig zijn bij schoolevenementen. Mijn vriendin is ook minder gaan werken zodat we de rust thuis houden.”

Over de toekomst gesproken. Wat zijn jouw plannen?

“Ik ga geen gekke dingen doen. Maar ik wil wel wat meer structuur aanbrengen. De jaarkalender van de partners alvast vullen met vaste momenten: rondetafels, evaluaties, partner offsites. Nu doen we dat vaak ad hoc. En ook in het bedrijf moeten we processen anders aanpakken. De afgelopen tien jaar zijn we organisch gegroeid. Dat heeft veel gebracht: de sfeer is goed, collega’s lopen bij elkaar binnen. Maar als we verviervoudigen, lukt dat niet meer. We zijn te groot om alles flexibel bij het koffieapparaat af te stemmen.”

En jij, waar zie je jezelf over vijf jaar als je klaar bent als MD?

“Ha, dat weet ik niet precies. Ik kan dan gewoon partner blijven. Laten we eerst dit hoofdstuk schrijven. Of wordt het toch meer een paragraaf in het partnership hoofdstuk? Dat gaan we zien.”